De helft uit de fabriek. En de straat?
Het kabinet wil dat binnen vier jaar de helft van alle nieuwbouw uit de fabriek komt. Wij staan daar volledig achter. Met één toevoeging.

Op 20 april zette het kabinet een getal neer dat de bouw nog lang zal bezighouden. Binnen vier jaar moet minimaal de helft van alle nieuwbouwwoningen uit de fabriek komen. Nu is dat iets meer dan een vijfde.
Het is een logisch getal. Nederland komt dit jaar 384.000 woningen tekort, 4,6 procent van de voorraad. Van plan tot oplevering duurt een woning gemiddeld tien jaar. Het kabinet wil de ontwerp- en vergunningsfase halveren van acht naar vier jaar, trekt 90 miljoen euro uit voor innovatie en digitalisering, en past de bouwregels aan voor gecertificeerde prefabwoningen.
Wij zijn het ermee eens
Zonder voorbehoud, als het om tempo gaat. Liven Tower is precies zo gebouwd. De woningen worden als complete modules gemaakt bij VDL De Meeuw, terwijl op de kavel de fundering wordt gelegd. De twee sporen lopen naast elkaar in plaats van na elkaar. Daardoor duurt de bouw circa 42 weken in plaats van circa 84.
Een fabriek levert vaste kwaliteit en vaste maatvoering, en je kunt alles controleren voordat er iets op de bouwplaats staat. Dat is geen compromis op kwaliteit. Het is vaak een verbetering.
Maar de fabriek maakt de woning, niet de straat
Een fabriek is heel goed in hetzelfde, opnieuw. Dat is haar kracht. Maar de begane grond is precies de plek waar elke locatie verschilt. Wie er woont. Wat de buurt mist. Of er een huisarts is, een plek om te werken, een stalling, een reden om naar buiten te gaan.
Het risico van alleen de doos versnellen is dat we sneller dezelfde fout maken. Gebouwen met een parkeergarage onderin, een lobby met een brievenbuswand en een dichte gevel naar de stoep. Duizenden woningen erbij, en geen buurt.
Sneller bouwen zonder plint is sneller bouwen zonder buurt.
Wat wij voorstellen
Drie dingen, om het plan van het kabinet nog beter te laten werken.
Industrialiseer de plint mee. Ook een begane grond kun je modulair denken. Met onze Plint Configurator stel je in elf vragen een plint samen uit 22 modules in vier categorieën: zorg, mobiliteit, ontmoeting en technologie. Herhaalbaar in de aanpak, specifiek voor de plek.
Vraag naar de begane grond. Wie telt hoeveel woningen uit de fabriek komen, kan ook vragen wat de begane grond van die gebouwen oplevert voor de straat. Een gemeente die dat in een tender opneemt, krijgt er betere gebouwen voor terug.
Versnel ook wat de fabriek niet kan versnellen. Vergunning, netaansluiting en grond blijven het kritieke pad. Een fabriek kan modules sneller maken, maar niet sneller aansluiten op een vol stroomnet. Het kabinet pakt de vergunningen aan. De netcongestie verdient dezelfde vaart.
Vanaf het begin
Na Provada schreef minister Boekholt-O'Sullivan in juni over onze aanpak: "een systeem dat technologie, welzijn, gemeenschap en mobiliteit vanaf het begin meeneemt in het ontwerpen van woongebouwen."
Die woorden, vanaf het begin, zijn precies waar het om gaat. De helft uit de fabriek is een goed doel. Laten we zorgen dat de straat vanaf het begin meekomt.

